In gesprek met het bestuur

In de laatste nieuwsbrief aan gepensioneerden vroegen we: welke vraag zou u aan het bestuur van ABP willen stellen? Wat houdt u bezig op pensioengebied? Aan die oproep werd flink gehoor gegeven.

We kregen meer dan 3.000 vragen. En daar zijn we heel blij mee! Onderstaand een greep uit de meest gestelde vragen.
Met stip bovenaan - we ontvingen hier meer dan 900 vragen over: indexatie.  U vroeg ons: ‘Waarom heeft de overheid zoveel te zeggen over het pensioen dat we zelf hebben gespaard?’ En: ‘Kunnen de pensioenfondsen niet gezamenlijk optreden om te zorgen voor indexatie?’ Maar ook: ‘Waarom kunnen sommige fondsen wel indexeren?’ En minstens zo belangrijk: ‘Kunt u dit in heldere taal uitleggen?’ 

Antwoord door Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter ABP

‘Voordat ik deze vraag beantwoord, wil ik eerst benadrukken dat wij, bij ABP, het echt erg vervelend vinden dat we de pensioenen al jaren niet meer kunnen indexeren. Dat heeft te maken met onze financiële positie, maar ook met het huidige pensioenstelsel. Dat gaat uit van zekerheid, van een belofte voor de toekomst. Juist vanwege die zekerheid moeten wij ons aan strenge regels houden, voordat we mogen indexeren. Die regels worden door de overheid bepaald en zijn opgesteld zodat pensioenfondsen tegemoet kunnen komen aan de toezeggingen die ze aan hun deelnemers doen. Ze zorgen voor financiële buffers, waarmee we een bepaalde zekerheid kunnen bieden. Nu, maar ook in de toekomst. Maar het zijn ook deze regels die eraan bijdragen dat we al jaren niet kunnen verhogen. Er is dus sprake van schijnzekerheid.’ 

‘Waarom kunnen sommige andere fondsen wel indexeren?’

‘De pensioenen kunnen alleen worden verhoogd als het pensioenfonds daar genoeg geld voor heeft en als dit volgens de regels binnen het huidige pensioenstelsel mag. Of een pensioenfonds kan indexeren is dus ook afhankelijk van de financiële positie van het fonds. En die positie kan per fonds verschillen door het financieel beleid dat zij voeren. Sommige fondsen –  vaak ondernemingspensioenfondsen – hebben bijvoorbeeld afgesproken dat de werkgever bijstort als de financiële positie verslechtert. De financiële positie van ABP op dit moment staat het helaas niet toe om te indexeren. De grotere bedrijfstakpensioenfondsen, zoals ABP, kunnen hun financieel beleid soms minder gemakkelijk aanpassen dan kleinere pensioenfondsen.’ 

‘Kunnen de pensioenfondsen niet gezamenlijk optreden om te zorgen voor indexatie?’

‘Ja, en dat proberen we ook. Samen met andere pensioenfondsen en de Pensioenfederatie pleiten wij voor vernieuwing van het huidige contract. Hierbij benadrukken we dat het geen zin heeft om één enkel element – zoals het indexatiebeleid of bijvoorbeeld de rekenrente – uit het huidige pensioencontract te lichten. Want er zijn meerdere ontwikkelingen die aanleiding geven voor een wijziging van het stelsel, zoals ontwikkelingen op de financiële markten, demografische ontwikkelingen en trends op de arbeidsmarkt . Het moet dus echt gaan om een nieuw pensioencontract met daarbij passende regels.’ 

‘Wat zou ABP zelf willen?’

‘Wat ons betreft moeten we naar een pensioencontract waarin we niet zozeer een belofte doen, maar waarin we een pensioenverwachting geven. Hiermee bedoel ik dat we aan de mensen laten zien wat er in de pot zit en wat hen dat, tegen de tijd dat ze met pensioen gaan, gaat opleveren. Om dit te kunnen doen, hebben we andere regels nodig. Moeten pensioenen kunnen meebewegen met de economie. Gaat het goed met onze economie? Dan kunnen de pensioenen omhoog. Zitten we in een minder gunstig economisch klimaat? Dan moeten we de pensioen ook kunnen verlagen. Nu zitten we vast aan het huidige contract met strenge regels. En hebben we geen andere keuze dan onze mensen te vertellen dat een verhoging van het pensioen de komende jaren nog ver weg is. Ik begrijp de teleurstelling, want wij hadden het dus ook liever anders gezien. We vinden het in ieder geval broodnodig dat er in 2019 knopen worden doorgehakt over een nieuw pensioenstelsel. Een stelsel waarin mensen kunnen blijven bouwen op een goed pensioen.’
Na indexatie gingen de meeste vragen (342, om precies te zijn) over de ‘greep in de kas’. U vroeg ons: ‘In de jaren 90 zijn er door de Nederlandse regering miljarden uit de pot van ABP gehaald om de begroting van het land sluitend te maken. Zijn er juridische mogelijkheden om dat geld (inclusief rente) weer terug te eisen?’

Antwoord door José Meijer, vicevoorzitter ABP-bestuur 

‘Het is inderdaad zo dat de Nederlandse overheid in het verleden aanspraak heeft gemaakt op het vermogen van ABP. Maar het is niet zo dat de rijksoverheid miljarden heeft ‘geroofd’ uit de pensioenpot van ABP. Het antwoord ligt genuanceerder. 
 
In de jaren tachtig was ABP nog geen zelfstandig pensioenfonds, maar onderdeel van de overheid. De overheid bepaalde toen ook de premie. En dat was een lagere premie dan het toenmalige bestuur verstandig vond. Omdat de overheid minder premie betaalde, werd er geld bespaard (namelijk 30 miljard gulden). Dit gebruikte de overheid onder meer voor de financiering van het grootste gedeelte van de VUT, de regeling waarmee werknemers eerder konden stoppen met werken. En ook de jeugdwerkloosheid werd aangepakt. Het werd wettelijk geregeld en goedgekeurd door het parlement. Van deze goede zaken heeft een deel van onze deelnemers ook profijt gehad. 
 
De overheid heeft indertijd dus te weinig geld in de kas gestort voor de pensioentoezeggingen die zijn gedaan. Ook al werd het geld niet uit de kas gehaald, het werd in de volksmond toch de ‘greep uit de kas’ genoemd. 
 
Toen ABP in 1996 privatiseerde, vond de overheid dat ABP met een schone lei moest kunnen beginnen. Er zijn toen goede afspraken gemaakt. Een van de afspraken was het verhogen van de premie, waarbij de werkgever 70% voor zijn rekening nam en de werknemer 30%. De afspraken werden vastgelegd in de wet en goedgekeurd door het parlement. Door de goede afspraken konden we een streep onder het verleden trekken. 
 
Vanaf die tijd zijn wij als zelfstandig pensioenfonds, los van de overheid, verder gegaan. Met een schone lei en reëlere premies. ABP ziet geen reden om op de goede afspraken die in het verleden zijn gemaakt, terug te komen.’
Veel vragen (42, om precies te zijn) gingen over belangenbehartiging. U vroeg ons: ‘Wie er eigenlijk ‘de baas’? Is ABP slechts een ‘uitvoerend’ orgaan of ook mede beleidsbepalend? Waarom maakt ABP geen vuist richting kabinet en/of vakbeweging?’
 
Antwoord door Xander den Uyl, bestuurslid ABP namens gepensioneerden

‘Om met de eerste vraag te beginnen: er is natuurlijk niet één ‘baas’ die beslist over het pensioen in Nederland. Sociale partners bepalen de inhoud van de pensioenregeling. Het is immers onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. De politiek maakt de regels voor pensioen. ABP – en andere pensioenfondsen – bieden hierbij graag ondersteuning en kennis aan. Vanuit onze expertise en ervaring weten we wat onze deelnemers en werkgevers belangrijk vinden en zetten we ons op verschillende manieren in voor een zo goed mogelijk pensioenstelsel. Zo speelt ABP een actieve rol in de discussie over een nieuw stelsel. Onze bestuursvoorzitter Corien Wortmann-Kool heeft zich al vaker openlijk uitgesproken over het vastlopen van de onderhandelingen. Want ook wij vinden dat het huidige stelsel moet worden vernieuwd. Hierover zijn we voortdurend in gesprek met allerlei partijen. Van werkgroepen in de pensioensector tot ministers, kamerleden en sociale partners. We denken dat we met dialoog en constructief meedenken meer bereiken dan met alleen het openlijk uitspreken.
 
In deze gesprekken maken we bewust geen vuist tegen onderdelen van het huidige pensioenstelsel die beter zouden kunnen, zoals de (lage) rekenrente waarmee we moeten werken. We maken ons juist hard voor een verandering van het gehele stelsel. Inclusief de rekenregels  daarbinnen. De rekenrente is maar een onderdeel van de regels die maken dat het huidige stelsel niet goed kan inspelen op andere factoren zoals ontwikkelingen op de financiële markten, demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Alleen met een nieuw stelsel is er uitzicht op een beter indexatieperspectief.’
U vroeg ons: ‘Hoe zit het eigenlijk met de bonussen van de bestuurders van ABP? Gaat het salaris van de medewerkers ook omlaag als ik gekort zou worden? Is het salaris van de bestuurders en de medewerkers ook minder geworden de afgelopen jaren?’ 

Antwoord door: Jan van Zijl, Vice-voorzitter ABP-bestuur
 
'Ik kan hier heel duidelijk over zijn: bestuursleden van ABP ontvangen geen bonus. Onze beloningen zijn gekoppeld aan de indexatie van de pensioenen. Dit betekent dat als de pensioenen niet worden geïndexeerd, de beloningen voor ons ook niet worden verhoogd. En als de pensioenen gekort zouden worden, dan worden de beloningen met hetzelfde percentage gekort. Dat is niet gebruikelijk, maar wij hebben daar bewust voor gekozen. Het salaris van de medewerkers van het bestuursbureau van ABP (dat zijn dus niet de leden van het bestuur) volgt de gemiddelde stijging van de cao-lonen in de sector Overheid en Onderwijs. Ook zij ontvangen geen bonus. De medewerkers hebben een ABP-pensioen en voelen net als de andere deelnemers de gevolgen van niet-indexeren of korten. Het beloningsbeleid van ABP voldoet aan de Regeling Beheerst Beloningsbeleid van De Nederlandsche Bank. In deze regeling staat waar het beloningsbeleid en -cultuur van een financiële onderneming aan moeten voldoen. Wij vinden eerlijke en transparante communicatie heel belangrijk. Jaarlijks leggen wij verantwoording af over en geven we inzicht in de kosten die we maken. U kunt dit allemaal lezen in ons jaarverslag op onze site.' 
U had ook veel vragen over kortingen, de toekomst en een nieuw pensioenstelsel. U vraagt: ‘Hoe gaat ABP en andere pensioenfondsen het voor elkaar krijgen dat wij in de toekomst niet verder gekort gaan worden?’ En: ‘Wat betekent een mogelijk nieuw pensioenakkoord voor deelnemers en reeds gepensioneerden?’ 
 
Antwoord door Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter ABP 
 
‘Niemand kan in de toekomst kijken, ook wij niet. Pensioen is de optelsom van premie en rendement. Dat laatste maakt dat pensioen onzeker is en blijft. Wat we wél weten, is dat een vernieuwing van het pensioenstelsel kan zorgen voor een grotere kans op indexeren. Wij willen graag dat het pensioen meebeweegt met de economie. Dat het omhoog gaat als het economisch goed gaat. En, daar moeten we ook eerlijk over zijn, naar beneden als het tegenzit. Dan komt bij een dekkingsgraad onder de honderd procent pensioenverlaging in zicht. Het kabinet en de sociale partners (werkgevers en werknemers) gaan over een nieuw pensioenakkoord. Wij ondersteunen en adviseren we hen hierin. Vanuit onze expertise en ervaring weten we wat onze deelnemers en werkgevers belangrijk vinden. Samen met andere pensioenfondsen en de Pensioenfederatie pleiten wij voor vernieuwing van het huidige contract. We wachten er al erg lang op. Ik hoop ook echt dat alle partijen de verantwoordelijkheid nemen om een akkoord te bereiken.’ 

‘Wat betekent een mogelijk nieuw pensioenakkoord voor deelnemers en reeds gepensioneerden?’

‘Een nieuw akkoord en een wijziging van het stelsel kunnen leiden tot een beter indexatieperspectief. En tot een stelsel waarbij pensioen beter meebeweegt met de economie. Ook kan het leiden tot een persoonlijker pensioen waarin je meer inzicht hebt in je eigen situatie, maar waarin we wel met elkaar de risico’s blijven delen. Een pensioen dat je makkelijk meeverhuist als je een andere baan hebt en dat meer keuzemogelijkheden biedt. Dat ook eerlijker is voor jong en oud omdat iedereen dezelfde waarde krijgt voor de ingelegde premie. We willen een pensioenstelsel dat past bij deze tijd en de wensen van onze deelnemers. Want daar doen we het ten slotte voor.’ 
U schreef ons: ‘Als het rendement op – bijvoorbeeld - olie, gas, oorlogsindustrie hoger uitvalt dan de duurzame ondernemingen waarin u nu belegt, waarom doet u dit dan niet?’ 
 
Antwoord door Geraldine Leegwater, bestuurslid ABP namens werknemers  

‘ABP wil alle deelnemers nu en in de toekomst een goed pensioen bieden. Een pensioen waarvan ze kunnen genieten in een wereld die ook leefbaar is. Veel mensen hebben ons laten weten dat ze het belangrijk vinden dat ABP duurzaam belegt, zonder dat dit ten koste gaat van het rendement. Dat nemen we serieus en daar luisteren we naar. We beleggen wereldwijd in veel verschillende sectoren en beleggingscategorieën om risico’s te spreiden. Bij elke beleggingsbeslissing letten wij natuurlijk op rendement, risico en kosten, én op de manier waarop bedrijven waarin we beleggen, omgaan met duurzaamheid. Onze ervaring is dat duurzaam beleggen én een goed rendement tegen een aanvaardbaar risico, prima samengaan. Divers wetenschappelijk onderzoek laat dat ook zien. Het onderzoek sterkt ons ook in de overtuiging dat bedrijven die voldoende aandacht hebben voor duurzaamheid, op de lange termijn financieel beter presteren.’

Wat levert die vergroening (duurzaam beleggen) op ten opzichte van de oude manier van beleggen?

‘Vergroening levert in de eerste plaats een goed rendement op. Daarnaast is duurzaamheid voor ABP niet vrijblijvend; we willen écht bijdragen aan een betere wereld. Daarom hebben we voor 2020 duidelijke doelen gesteld. In vergelijking met 1 januari 2015 willen we de CO2-voetafdruk van onze aandelenportefeuille met 25% verminderen. Daarnaast verdubbelen we onze beleggingen die bijdragen aan de VN-ontwikkelingsdoelen tot € 58 miljard. Een ander doel is dat we vijf keer zoveel (€ 5 miljard) beleggen in hernieuwbare energie. En als laatste beleggen we € 1 miljard extra in onderwijs en communicatietechnologie. We zijn goed op weg deze doelen te behalen. ABP werd in oktober 2018 uitgeroepen tot duurzaamste pensioenfonds van Nederland door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). ABP is de afgelopen jaren steeds meer bezig om rendement op duurzame wijze te behalen. Tegelijk heeft ABP de afgelopen 20 jaar een gemiddeld rendement behaald van ongeveer 7% op jaarbasis.’
Veel vragen (276, om precies te zijn) gingen over beleggen. U vroeg ons: ‘Hoe zit het eigenlijk met staatsobligaties? Hoeveel rendement levert dit op voor ABP?’

Antwoord door Philip Stork, bestuurslid ABP namens gepensioneerden 

'Onze beleggingen bestaan voor 14% uit staatsobligaties van hoge kwaliteit. 80% daarvan is Europees, 20% is Amerikaans (VS). Veel van deze staatsobligaties, wat eigenlijk leningen zijn, hebben een lange looptijd. Dat sluit goed aan bij onze langlopende verplichting om alle pensioenen, nu en in de toekomst, uit te betalen.'   

Hoeveel rendement levert een staatslening op voor ABP?

'Er zijn twee manieren waarop een staatslening rendement kan opleveren. Ten eerste betalen de overheden die geld van ons lenen, rente. Die rente is op dit moment weliswaar vrij laag. Ten tweede worden staatsleningen meer waard als de rente daalt. Ze bewegen als het ware mee met de rente. Dat betekent dat perioden met een lage rente, zoals nu, een hoog rendement kunnen opleveren. Terwijl bij een dalende rente de waarde van de pensioenverplichtingen juist toeneemt. En de dekkingsgraad daalt. Het rendement op de staatsobligaties ‘verzacht’ dan de pijn. Dat is dus een voordeel van staatsobligaties. Het rendement op staatsobligaties was de laatste 5 jaar ongeveer 3,4%. De gemiddelde rente op onze staatsobligaties is op dit moment ongeveer 1,2%.' 

Op welke manier kunnen staatsobligaties beschermen tegen heel lage rente of een financiële crisis?

'Staatsobligaties van veilige landen zoals de VS, Duitsland en Nederland zijn een zogenaamde ‘safe haven’ voor investeerders. Dat betekent dat wanneer de rente heel erg laag wordt, of wanneer er een financiële crisis uitbreekt, heel veel investeerders hun geld in deze staatsobligaties stoppen. Daardoor neemt hun waarde sterk toe. Op die manier leveren staatsobligaties een bescherming tegen financiële crises: terwijl de aandelen dalen, nemen de staatsobligaties juist in waarde toe. Zo blijft de schade beperkt. U vraagt zich misschien af waarom we niet veel meer in obligaties beleggen. Dat is omdat het totale rendement uiteindelijk bescheiden is. Om op de lange termijn een goed rendement te behalen, beleggen we daarom onder andere ook in zakelijke waarden zoals aandelen.'
Deze keer aandacht voor de (bijna 100 vragen over) de rekenrente. U vraagt zich af waarom ABP niet een veel krachtiger standpunt heeft ingenomen ten aanzien van de  te lage rekenrente die nu wordt gehanteerd. ‘Het niet-indexeren gedurende vele jaren is eigenlijk een schande, vooral omdat het geld er wel degelijk voor beschikbaar is.’

Antwoord door Patrick Fey, plaatsvervangend secretaris en bestuurslid ABP namens werknemers

‘De discussie over het pensioenstelsel is complex en gaat over meerdere onderdelen, waarvan de rekenrente er slechts één is. ABP wil het gehele pensioenstelsel aanpassen en niet alleen dat ene onderdeel ter discussie stellen. We willen dat indexatie dichterbij komt. En er moet ruimte zijn voor een persoonlijk pensioen met meer keuzes voor deelnemers. Een collectieve pensioenregeling waarin deelnemers risico’s met elkaar blijven delen. Anders gezegd: een pensioen met meer inzicht, meer maatwerk en meer keuzes voor de mensen. Daar hebben we een ander pensioenstelsel voor nodig.’

Waar wordt de rekenrente voor gebruikt?

‘Met de rekenrente moeten we de hoogte van onze verplichtingen berekenen. Dat betreft niet alleen de pensioenen die we op dit moment uitbetalen, maar ook de pensioenen die we in de verre toekomst moeten uitbetalen. De hoogte van de verplichtingen vergelijken we dan met het vermogen van het pensioenfonds, dat noemen we de dekkingsgraad. Als het vermogen van het pensioenfondsen niet genoeg is in verhouding tot de verplichtingen, mogen we de pensioenen niet indexeren.’

Het vermogen is behoorlijk gegroeid, waarom kunnen we dan niet indexeren?

‘Onze beleggers zorgen ervoor dat het geld in de pensioenpot zorgvuldig wordt belegd. Het vermogen van ABP is, ondanks de crisis, fors gegroeid. Helaas zijn de verplichtingen nog harder gegroeid dan het vermogen. Pensioenfondsen moeten de toekomstige pensioenverplichtingen berekenen aan de hand van de rekenrente. De rekenrente is de afgelopen jaren enorm gedaald. Daardoor zijn onze pensioenverplichtingen zo gestegen. ABP is – zoals alle pensioenfondsen – verplicht de rekenrente te gebruiken zoals DNB die publiceert. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen, maar we hebben hier geen invloed op. Hoe lager de rekenrente, hoe hoger de waarde van de pensioenverplichtingen en hoe lager de dekkingsgraad.’

Wat gebeurt er als de rekenrente wordt verhoogd?

‘Als de rekenrente wordt verhoogd, dan is er meer kans om de pensioenen te kunnen indexeren. Maar ABP kan de rekenrente niet zelf verhogen, dat is een taak van de overheid (als wetgever). En zelfs als dat gebeurt, het pensioenvermogen van ABP verandert niet als de overheid de rekenrente aanpast. Als we door een verhoging van de rekenrente meer uitgeven op korte termijn, dan kan dit betekenen dat er op lange termijn minder ruimte is om te indexeren. We kunnen het geld immers maar één keer uitgeven. Op lange termijn neemt hierdoor de kans op indexeren juist af. Dit raakt dan met name de jongere deelnemers. Het is daardoor moeilijk om te bepalen hoe hoog de rekenrente zou moeten zijn om iedereen tegemoet te komen.’

‘Mijn ABP-pensioen stijgt al jaren niet omdat het behaalde rendement te slecht is en de rekenregels die ABP daarvoor moet hanteren door de overheid te streng zijn. Wat kan ABP doen om die rekenregels aan te passen?’

‘ABP wil een pensioenstelsel waarin pensioenen kunnen meebewegen met de economie. En waarbij we dan dus ook sneller kunnen indexeren bij economische groei bijvoorbeeld. Rendement is inderdaad één van de factoren die de (beleids-)dekkingsgraad bepaalt, naast factoren als rekenrente en levensverwachting. Het niveau van de beleidsdekkingsgraad geeft vervolgens aan of we de pensioenen kunnen verhogen. En zo ja: met hoeveel procent. Daarbij moeten we ons houden aan de rekenregels die door de overheid als wetgever worden bepaald. En die regels zijn wat ons betreft aan vernieuwing toe. Een nieuw pensioenakkoord kan die vernieuwing brengen. Samen met andere grote fondsen en de Pensioenfederatie voeren we een gezamenlijke lobby voor een nieuw pensioenakkoord. Overigens hebben pensioenfondsen hierin enkel een adviserende en ondersteunende rol, want het zijn uiteindelijk de sociale partners (werkgevers en werknemers) en het kabinet die de regels bepalen. En die hopelijk op korte termijn een pensioenakkoord sluiten.’ 
Veel vragen gingen over het korten van de pensioenen. U vroeg ons: ‘Er zijn verschillende pensioenfondsen die volgend jaar de pensioenen waarschijnlijk moeten gaan verlagen. Hoe is dat voor ABP?’
 
Antwoord door Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter ABP

‘Dit jaar blijven de pensioenen gelijk. En volgend jaar is de kans op verlaging van de pensioenen klein; al kunnen we het nooit helemaal uitsluiten. Voor 2021 is de kans op verlaging wel reëel. Of er daadwerkelijk een verlaging komt in 2021, wordt pas eind 2020 duidelijk en hangt af van een combinatie van factoren zoals de ontwikkeling van de rente en de beleggingen.’ 

Is het zeker dat ABP de pensioenen volgend jaar niet verlaagt?

‘Nee, er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren. Beleggingsrendementen die tegenvallen bijvoorbeeld. Daarom kunnen we niet 100% uitsluiten dat we de pensioenen moeten verlagen. Maar zoals het er nu naar uitziet, hoeft ABP de pensioenen in 2020 niet te verlagen.’

Wanneer komt er meer duidelijkheid?

‘Of en wanneer ABP moet verlagen hangt af van een combinatie van factoren, zoals de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. De beleidsdekkingsgraad van eind 2020 bepaalt of de pensioenen moeten worden verlaagd. Ook is er nog een kleine kans op verlagen als eind 2019 de dekkingsgraad heel ver naar beneden zakt. Als een verlaging noodzakelijk is, dan wordt u tijdig geïnformeerd. Wij houden u via deze pagina, de PensioenUpdate en onze nieuwsbrieven op de hoogte.’

Wat betekent verlagen voor u?

‘ABP hoeft vooralsnog de pensioenen niet te verlagen. Dus er verandert voorlopig niets aan uw pensioenbedrag, tenzij uw persoonlijke situatie wijzigt. Het verlagen heeft ook alleen betrekking op uw ABP-pensioen en niet op uw AOW.’

Hoe staat ABP er financieel voor?

‘ABP heeft in het eerste kwartaal van 2019 een goed resultaat op de beleggingen gehaald. Maar omdat de rente weer is gedaald, moet ABP ook meer geld in kas houden om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Samengevat: de huidige financiële positie maakt dat we niet verwachten dat we de pensioenen de komende jaren kunnen verhogen. Er is zelfs een reële kans dat de pensioenen in 2021 moeten worden verlaagd.’ 

Waarom dreigt er bij andere fondsen wel een verlaging?

‘De financiële regels waaraan pensioenfondsen zich in Nederland moeten houden, zijn erg streng. ABP moet een bepaald bedrag in kas hebben om zeker te weten dat alle pensioenen kunnen worden uitbetaald. Nu, maar ook in de toekomst. Als de financiële buffer 5 jaar lang onder een bepaalde grens komt, moeten de pensioenen worden verlaagd. Bij ABP is dat op zijn vroegst in 2021 aan de orde. Bij sommige pensioenfondsen gebeurt dit mogelijk al in 2020, omdat zij al een aantal jaar onder de wettelijk gestelde grens zitten.’
Veel vragen (99, om precies te zijn) gingen over de dekkingsgraad. U vroeg ons: ‘Waarom is de dekkingsgraad van ABP, ondanks goede rendementen, zo laag?’

Antwoord door Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter ABP  

‘De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het geld dat ABP in beheer heeft en het geld dat we in de toekomst moeten uitkeren. Het is een maat voor de financiële gezondheid van het fonds. De beleggingsrendementen van ABP zijn in het verleden over het algemeen goed geweest. Over de afgelopen 26 jaar was het gemiddelde jaarlijkse rendement 7%. De afgelopen 5 jaar was dat 6%. Dat de dekkingsgraad, ondanks het goede beleggingsrendement, zo laag staat, heeft te maken met het geld dat we in de toekomst moeten uitkeren. Wij berekenen hoeveel geld wij nu in kas moeten hebben om alle pensioenen tot in de verre toekomst uit te keren. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld wij nu in kas moeten hebben. De lage stand van de rente is de belangrijkste oorzaak van de lagere dekkingsgraad.’