Veelgestelde vragen over verlagen

Nee, dat weten we pas begin 2020. We kijken daarvoor naar de actuele dekkingsgraad van ABP eind 2019. Die mag niet lager zijn dan de kritische ondergrens. Deze is op dit moment circa 95%. Is de actuele dekkingsgraad eind 2019 lager? Dan moeten we de pensioenen in de loop van 2020 verlagen.

Er zijn twee situaties waarin we de pensioenen moeten verlagen: de eerste situatie is op korte termijn (in 2020) en de tweede op de iets langere termijn (in 2021). Begin 2020 komt er meer duidelijkheid over het wel of niet verlagen in 2020. En begin 2021 is er meer duidelijkheid over eventueel verlagen in 2021. Dan kijken we naar de beleidsdekkingsgraad én de actuele dekkingsgraad van ABP eind 2020.

Is een verlaging aan de orde? Dan wordt u tijdig geïnformeerd. Wij houden u via deze pagina, de PensioenUpdate en onze nieuwsbrieven op de hoogte.

ABP hoeft vooralsnog de pensioenen niet te verlagen. Dus er verandert voorlopig niets aan uw pensioenbedrag, tenzij uw persoonlijke situatie wijzigt. Het verlagen heeft ook alleen betrekking op uw ABP-pensioen en niet op uw AOW.
Kort gezegd komt het erop neer dat het waarschijnlijk nog een paar jaar duurt voordat het nieuwe pensioencontract er is (alleen het bevriezen en daarna langzamer oplopen van de AOW-leeftijd is nu al geregeld). Pensioenfondsen moeten zich nu dus nog houden aan de regels van het huidige contract. Binnen dit contract adviseert een commissie het kabinet iedere vijf jaar over de cijfers die pensioenfondsen moeten gebruiken voor diverse berekeningen. Die cijfers zeggen onder meer iets over de te verwachten rendementen waarmee gerekend moet worden. In 2014 werd het vorige advies gegeven, dus dit jaar, in juni, kwam er een nieuw advies. Dit viel per toeval samen met het nieuws en de discussies rond het pensioenakkoord. Omdat de verwachtingen van de financiële markten minder gunstig zijn, adviseerde de commissie dit jaar om met lagere verwachte rendementen te rekenen. En rekenen met een lager rendement voor de toekomst betekent dat de financiële positie van het fonds trager zal herstellen. Dat heeft tot gevolg dat de kans op verlagen volgend jaar (in 2020) binnen het huidige pensioencontract flink toeneemt.
Er zijn twee situaties waarin we de pensioenen moeten verlagen: de eerste situatie is op korte termijn (in 2020) en de tweede op de iets langere termijn (in 2021). Om te bepalen of we in 2020 moeten verlagen, wordt er eind 2019 naar de actuele dekkingsgraad gekeken. Om te kijken of we in 2021 moeten verlagen, kijken we eind 2020 naar de beleidsdekkingsgraad én de actuele dekkingsgraad. Nu het kabinet het advies van de commissie heeft overgenomen, schrijven de nieuwe regels voor dat de actuele dekkingsgraad eind 2019 niet lager mag zijn dan circa 95% (dit was 88%). Zit ABP onder die kritische ondergrens? Dan moeten we de pensioenen in de loop van 2020 verlagen. De kans dat dit gebeurt, is nu aanzienlijk groter geworden ten opzichte van het eerste kwartaal. Op dit moment is er dus voor 2020 en 2021 een reële kans op verlaging van de pensioenen.
In het derde kwartaal van 2019 verslechterde de financiële positie van ABP. Ondanks een positief rendement van bijna € 17 miljard daalde de actuele dekkingsgraad afgelopen kwartaal met bijna 4,3% naar 91%. Dat heeft te maken met de gedaalde rente. De kans op een verlaging van de pensioenen in 2020 neemt hiermee flink toe. Lees meer over de dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad.
ABP doet er alles aan om te voorkomen dat we in de toekomst uw pensioen moeten verlagen. En laat dat duidelijk zijn: liever willen we de pensioenen verhogen. ABP praat bijvoorbeeld, samen met andere pensioenfondsen, mee over de precieze invulling van het toekomstige nieuwe pensioencontract, dat meer ruimte zou moeten bieden om de pensioenen te verhogen.
Verhogen van pensioen is voorlopig niet in beeld. Gedeeltelijk verhogen mag bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Vanaf 121,4% mag ABP volledig verhogen. Met de huidige beleidsdekkingsgraad van 97% is daar geen sprake van. De komst van een nieuw pensioencontract kan daar verandering in brengen.
De historisch lage rente heeft met een aantal factoren te maken. Op dit moment is er veel aanbod van geld in onze economie. Rente kun je zien als een vergoeding voor dit geld, en daalt als het aanbod hoger wordt. Hierbij spelen structurele factoren een rol. Denk hierbij aan de vergrijzing en de langzaam gedaalde inflatieverwachting. Daarnaast is het beleid van de Europese Centrale Bank van invloed. Zij houdt bijvoorbeeld de beleidsrente, waarop veel rentetarieven zijn gebaseerd, extreem laag. Als gevolg van eerder genoemde structurele factoren kan de rente mogelijk nog lange tijd laag blijven.
Binnen de Europese wetgeving hebben landen de ruimte om zelf te bepalen hoe streng het toezicht op pensioenfondsen is en hoe dit wordt ingevuld. In Nederland voert De Nederlandsche Bank (DNB) dit toezicht uit. En DNB vindt dat een risicovrije (markt)rente het beste past bij de Nederlandse pensioenverplichtingen. Andere landen maken daar soms andere keuzes in.